Skitechniek – deel 1: zo ski ik vooruitziend en veilig

07-11-2017 - Marien Le Comte

Bij het skiën hoort veel skitechniek en tactiek. WinterTrex heeft met Max Holzmann, opleidingsleider van de Duitse vereniging van skileraren (DSLV) over dit veelzijdige onderwerp gesproken. In deel 1 van onze serie geeft de door de overheid erkende skileraar waardevolle experttips over het skiën met beleid binnen het kader van de FIS-pisteregels.

In formatie skiën oefent het gecontroleerde skiën met beleid.

Tijdens het skiën moet je op veel dingen letten. Een belangrijk aspect van de juiste skitechniek is de beheersing van de latten. Bovendien is het onmisbaar de situatie op de piste nauwlettend in de gaten te houden, juist in te schatten, de snelheid aan te passen en nog veel meer. Alleen dan is wintersporten zonder gevaar mogelijk.

Een kernachtig overzicht van de belangrijkste gedragsregels geven de 10 FIS-pisteregels die in principe het gedrag op de piste bepalen. Ze zijn precies, maar ook erg kort beschreven. Achter de paar zinnen zit een heleboel waar je op moet letten om een samenzijn zonder gevaren op de piste te waarborgen. Onze DSLV-expert legt uit wat je alleen tussen de FIS-pisteregels door kunt lezen.

Snelheid en spoor controleren

Safety first! Dat geldt ook op de piste. De piste is vergelijkbaar met een weg en wintersporters zijn verkeersdeelnemers. In beide gevallen is de gepaste snelheid een garantie voor hoge veiligheid in het verkeer. “Als iemand te snel skiet, kan hij het spoor niet meer controleren”, legt skileraar Holzmann uit. “Je mag altijd zo snel skiën dat je richting kunt houden en je je evenwicht veilig kunt controleren”. Tempocontrole hoort bij de belangrijkste regels van het skiën en is ook te vinden onder punt 2 van de FIS-regels. Wie te snel skiet, verliest sneller de controle over de latten en brengt zichzelf en anderen in gevaar.

De controle moet ook tijdens de keuze van het spoor behouden blijven – punt 3 van de FIS-regels. De skiër moet de ski’s controleren en niet andersom. De tip van onze expert: “Het gecontroleerd volgen van het spoor kan je heel goed trainen, door bijvoorbeeld samen naast elkaar proberen te skiën en daarbij steeds dezelfde afstand te houden”.

Richting – tempo – evenwicht

“De belangrijkste premisse tijdens het skiën op de piste bestaat uit deze drievoudige harmonie: richting, tempo en evenwicht”, vat Holzmann samen. “Iedereen moet deze drie eigenschappen veilig kunnen controleren. Als je daarnaast in je achterhoofd houdt dat er ook andere skiërs zijn waar je rekening mee moet houden, kan er bijna niets meer misgaan”.

Subjectieve en objectieve gevaren uitbannen

Rekening houden met anderen is niet voor niets de eerste FIS-regel: naast het controleren van de eigen manier van skiën is het ook belangrijk op andere verkeersdeelnemers te letten. Wat niet expliciet in de regels wordt beschreven, is dat er twee soorten gevaren op de piste zijn: het subjectieve en het objectieve gevaar. Holzmann licht toe: “Het subjectieve gevaar gaat van de skiër zelf uit en heeft betrekking op zijn skiniveau en gedrag. Daarnaast is er nog het objectieve gevaar, zoals bijvoorbeeld ijsplaten op de piste, voorwerpen zoals stenen onder de sneeuw die je niet ziet, of skiërs die vanaf de zijkant komen en waar je rekening mee moet houden. Beide gevaren moeten als realistisch worden ingeschat en dienen te worden vermeden om veilig verkeer op de piste te garanderen”.

Zwart is niet hetzelfde als zwart

Bij de belangrijke premissen tijdens het skiën hoort ook dat je voorafgaand aan de keuze voor een piste de weersomstandigheden bekijkt. In principe gelden op de piste de volgende indelingen: blauw voor eenvoudig en vlak, rood voor een gemiddelde helling en zwart voor steil en uitdagend. “Maar er zijn ook dagen waarop de zwarte pistes eerder rood zijn en er zijn dagen waarop de rode pistes eerder donkerzwart zijn”, beperkt expert Holzmann direct. “Dat ligt aan de sneeuwomstandigheden en het zicht. Als het vriest en er een ijslaag op de piste ligt, zijn ook rode pistes nauwelijks te doen. Op dagen met poedersneeuw kunnen beginners doorgaans ook de zwarte piste gebruiken, voor zover de sneeuw stroef en een beetje stomp is, zodat de skiër iets wordt afgeremd”. Zo kunnen onder bepaalde omstandigheden ook beginners op een moeilijkere piste skiën.

Kinderen van de skischool oefenen het skiën met beleid door bijvoorbeeld elkaars handen vast te houden.

Maar de andere kant is dat je zeer voorzichtig moet zijn in omstandigheden als mist of verijsde pistes. Hier moeten ook gevorderden goed nadenken of ze de rode afdalingen kunnen nemen. Deze variant toont aan dat juist het gepaste beleid en een gezonde inschatting van de eigen skikwaliteiten belangrijk zijn voor de keuze van het spoor.

Stoppen en een stopplek kiezen

Een andere FIS-regel luidt als volgt: stoppen en pauzeren mag alleen aan de rand van de piste. Wat de regel niet expliciet vertelt, licht Holzmann toe: “Je mag nooit abrupt stoppen. Direct en snel stoppen met een flinke richtingswijziging verrast andere skiërs en er ontstaat een hoog gevaarpotentiaal. Je moet erop bedacht zijn dat achteropkomende skiërs er niet altijd mee rekenen dat iemand kan stoppen. Daarom is het belangrijk de snelheid geleidelijk te verminderen en op die manier de rand van de piste te naderen”. Holzmann benadrukt ook dat de stopplek tijdens het stoppen van belang is. Je mag nooit midden op de piste blijven staan. Pauzeren mag alleen aan de rand van de piste. Als je je stopplek nadert, moet je eveneens zeer oplettend zijn. Eerst de piste in de gaten houden en kijken of er iemand aankomt en pas daarna langzaam naar je stopplek skiën. Sommige pistes hebben kleine hobbels: ze bezitten vlakke delen die vervolgens oplopen en een soort heuvel vormen. De piste achter een dergelijke overgang kan je niet zien voordat je op de top van de heuvel bent aangekomen. Stop dus altijd vóór de overgang en bekijk hoe de situatie daarachter is. Stop nooit achter de top, want dan kunnen de achteropkomende skiërs je niet zien.

Samenvatting

Skiërs zijn deelnemers aan het verkeer op de piste. Ze moeten op hun eigen skigedrag en op dat van de anderen letten en altijd skiën op een snelheid die past bij hun niveau. Er moet altijd rekening worden gehouden met de weersomstandigheden en de toestand van de pistes. Stop alleen langzaam en aan de rand van de piste. Wie niet te snel en met beleid skiet, op de toestand van de piste en op zijn medeskiërs let, heeft gegarandeerd skiplezier.

Max Holzmann, voorzitter opleiding DSLV

Onze expert van de DSLV

Max Holzmann is een nationaal erkende skileraar en opleidingsdirecteur van de Duitse vereniging van skileraren (DSLV). Onder zijn verantwoordelijkheid valt de inhoud van de opleidingsjaren, de desbetreffende controleniveaus en de moeilijkheidsgraden op alle opleidingsniveaus van level 1 tot het nationaal erkende skileraarexamen, voor de vakken motoriek, methodiek en theorie.

  • dinsdag, 07. november 2017
  • auteur: Marien Le Comte
  • categorie: Wintersport
Print Friendly and PDF
Effectief regenereren na het skiën

Rust voor je spieren hoort net zo bij de skivakantie als de binding van je ski’s. ...

Fit voor de winter: uithoudingsvermogen en coördinatie

Wie in de zomer fit blijft, zal in de winter nog meer wintersportplezier hebben. De ...